Een waaknacht (een dier zijn)


Het was in Spanje, ik denk in 2017. Ik zou een waaknacht houden. Een hele nacht lang, tot zonsopgang, zou ik buiten zitten, wakker en alleen, op een stoel. Het was de eerste keer. Mijn man en kinderen lachten mij uit. Wat de zin van een dergelijke onderneming kon zijn, ontglipte hen en ik kon het ook niet goed uitleggen. Alleen dat volgens de verhalen, de stilte een denderend, voortrazend hoofd tot stilstand kan brengen en dat de native Americans het ook doen. Ik heb altijd het gevoel dat die mensen, met hun zwijgzame, vriendelijke ogen, overal meer van snappen dan wij. Dat vertelde ik allemaal niet aan mijn gezinsleden die mij bleven aanstaren, maar voor mezelf had ik daarmee een voldoende reden gevonden, hoe abstract ook. Ik zou wel zien wat ik kreeg.

Ze schudden alle drie het hoofd. Mijn man keek me aan, licht bezorgd, nu duidelijk werd dat ik het meende. De twee kleintjes vonden het eerder spannend. Ze gaven elkaar stompen, ze giechelden en hun ogen schoten alle kanten uit. Wat als de vossen kwamen, twee gele ogen in de nacht, of een everzwijn, of een wolf. Ja, een wolf! Wat dan? Ik haalde wat spullen uit het huisje. De kinderen liepen achter me aan, het piepkleine huisje binnen en dan weer naar buiten. Op het schattige, rommelige terrasje voor het huisje trok ik sokken en schoenen aan. De blik van mijn man bleef op mij gericht, in tanend ongeloof. Hij zweeg. 'Een nacht duurt wel heel lang, mama,' zei mijn dochtertje. 'Ja, wel héél erg lang,' giechelde mijn zoontje. Mijn man knikte. Het ging me niet lukken volgens hen, maar dat maakte ook niets uit. 'Kom maar binnen, mama, als je moe bent,' zei het meisje. 'Of als er een beest komt!' riep het jongetje. 'Beloofd,' zei ik. 'Tot zo,' zeiden ze. 'We zien je dadelijk terug, veilig in je bed.'

Toch liep ik de helling op en ging zitten. De zon was al onder. Hoe dichter je bij de evenaar zit, hoe sneller het donker is. Ik vind dat contra-intuïtief, maar toch is het zo. In de stoel die ik gekozen had, zat ik half rechtop. Het dekentje en een fles met water lagen naast me op een krukje om te vermijden dat de mieren ze zouden koloniseren. Het was nog behaaglijk warm. De Spaanse aarde koelt maar traag af in juli. Als haar kleigrond een hele dag heeft liggen bakken in de zuiderse hoogzomerzon, tot ze ervan kraakt en barst, geeft zij die warmte niet licht meer terug. Pas na middernacht, of tegen de ochtend geeft zij het op en daalt de temperatuur.

Ik zocht een comfortabele positie in de stoel. In de verte poetsten mijn man en onze kinderen hun tanden en trokken de deur van het huisje dicht. Die lagen nu in bed. De gekleurde solarlampjes van de Action die we aan het afdak van het terras hadden opgehangen voor de gezelligheid, brandden nog in de verte. Er was geen maan. Duizenden sterren flikkerden aan de hemel. Ik zag de melkweg. Hij tekende zich duidelijk af. Daar was de Grote Beer. Daar de Kroon en Boots. Aan de stand van de sterren te zien, was het rond elf uur. Ik liet mijn gedachten stromen, want dat mag op een waaknacht en er valt toch niets tegen te beginnen. Ik begon problemen te overdenken, te mijmeren over het verleden en de wereld te verbeteren. Ga maar los, geest, er is tijd. Mijn ogen bleven intussen gericht op het uitspansel. Onmerkbaar schoven de vertrouwde sterrenbeelden op naar rechts. Het werd nog donkerder. Overal in de stuiken hoorde ik geritsel, de nachtkrekels stemden hun vleugels. Een bries deed de olijfbomen ruisen op verschillende plekken in de bergen die zich voor me uitstrekten, van richel, naar kam, tot in een dal en weer omhoog. Soms kwam de wind aanrollen en stortte zich te pletter op mijn zitplaats, zoals een golf die breekt op het strand.

Ik voelde een klamme kilte neerdalen en wikkelde me in het dekentje. Ik nam een slokje water. Gedachten die ik al eens gehad had, kwamen opnieuw voorbij. Ik liet het gebeuren, deed er niets mee. De sterren schitterden eindeloos tegen het bosbesblauw van de hemel. De melkweg slingerde zich erdoorheen als een spoor van poedersuiker. Indrukken wentelden en draaiden. Alles stroomde door elkaar. Het ruisen van de bomen, de golven van wind, de gedachten, de sterren, de krekels, de gedachten, het geritsel, het zwartblauw van de hemel, de gedachten, de wind, de hemel, de sterren, het ruisen, de hemel, de hemel.


De bergen zijn verdwenen. De grote beer en de kroon zijn weg. De tijd is weg. De gedachten zijn weg. Ik ben er gewoon. Urenlang blijf ik zitten, ik verveel me niet, denk niets. Dit is het beste gevoel dat ik ooit heb gehad. Ik voel me geborgen in de wereld. De natuur en ik. Er is geen afscheiding nu. Ik heb geen besef van tijd. Zo ben ik een dier, louter lichaam. Alles komt goed.


 

Een geslaagde waaknacht is een schitterende ervaring. Ik heb er verschillende meegemaakt en altijd valt er daarna een stukje van mijn leven op zijn plaats, iets wat ingewikkeld leek wordt eenvoudig, iets wat angst veroorzaakte valt weg. Met iksplosie.WAAK willen we ook jou de kans geven om alleen, maar toch samen met anderen, een waaknacht te beleven in de Gratiebossen in Berlare. Tijdens een licht en prettig online voortraject bereid je je lichamelijke en geestelijk voor. Je leert meteen ook een aantal fijne nieuwe technieken die je altijd kan toepassen om je geest tot rust te brengen en je onderbewuste in te schakelen om jouw antwoorden te vinden. Kijk hier voor meer uitleg! https://www.iksplosie.com/waak


'The answer is whispering in the wind'





 




117 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven