Hoofd of lijf?

Bijgewerkt op: nov 15



‘Tof hoor,’ jullie iksplosie-verhaal, zegt mijn tafelheer minzaam. ‘Het is niets voor mij, maar de site is wel goed gelukt, vind ik. Mooie kleuren. Maar zeg eens, jullie hebben het de hele tijd over hoofd, hart, lichaam. Wat is nu eigenlijk het belangrijkste?’

‘Wat een goeie vraag,’ antwoord ik, al even minzaam. Wil hij echt een antwoord horen? Ik besluit van wel.


‘Wel, mijnheer, de waarheid is altijd gekend, maar zelden begrepen. De Grieken wisten het al: ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ en ‘ken uzelf’. Hoe simpel kan het zijn? Toch blijkt het niet minder dan een levensopdracht, dit eenvoudige dubbele adagium in de praktijk te brengen!’

Hij kijkt me vragend aan.

‘Het hoofd, dat is het ‘ken uzelf’,’ begin ik voortvarend. ‘Weet wat je hebt meegemaakt, hoe het je heeft gevormd. Het leven laat sporen na, letterlijk, in onze hersenen, maar ook in ons lichaam. We leren strategieën aan om te overleven en naderhand geraken we daar maar moeilijk vanaf. De clown blijft altijd de clown, de pleaser blijft de pleaser, ook als het tijd is om keihard op de tafel te slaan. We splitsen onszelf op, het bange kleine kind blijft onveilig rondwaren in ons hoofd, alert, beducht voor onheil. Dat is iets wat we op te klaren hebben, uit te sorteren. We moeten kiezen wat we meenemen en wat ons niet langer dient.’

Daar had mijn tafelheer niet van terug.

‘Een heel werk, lijkt me dat,’ beaamde hij.

‘Je zegt het,’ zei ik. Ik vatte het op als een mandaat om lustig door te gaan.

‘Het hart, dat is minder moeilijk, het is een gevoel, dat we allemaal wel al eens hebben mogen meemaken. Geluk noemen we dat, een moment waarop alles heel even in zijn plooi viel. Vluchtig, ongrijpbaar, zo lijkt het. Een gevoel echter, waarmee we kunnen leren verbinden, en dat ook een krachtbron kan worden. De Dalai Lama zegt dat om ons te ontwikkelen, wij enkel een paar keer per dag moeten denken aan onze beste herinnering. Het is dus voor iedereen anders, en de enige opdracht die we hebben is in dat gevoel te verblijven, en dat gevoel te delen met onze omgeving. Alweer verbluffend eenvoudig!’

‘Nou,…’ Nu was de man werkelijk met verstomming geslagen.

‘En het lichaam? Is dat dan iets met sport?’ vroeg hij.

‘Niet echt, maar toch wel een beetje. Het lichaam is de basis van alles. We voelen niet met ons hoofd, maar met ons lijf. Als we het niet aandurven om die gevoelens echt te voelen, dan sluiten we ons op in ons hoofd. We weten dan dat we verdriet hebben, maar we voelen het niet. En als we het niet voelen, het gevoeld en beleefd hebben, dan kan het ook niet verwerkt worden. Bovendien is ons lichaam een bron van veiligheid. Als we ons goed voelen, verzorgd, gehydrateerd, ontspannen, dan is dat de enige waarheid. Het gevoel heeft altijd gelijk. Als het lichaam in rust is, dan is het hoofd dat ook.’

Ziezo, denk ik, dat heb ik toch niet zo slecht samengevat. Ik zwijg.

‘Maar wat is dan het belangrijkste?’ dringt de man aan.

‘Ik heb daar geen bewijzen van, mijnheer, maar in mijn ervaring is het zo dat wie al een goed contact heeft met zijn of haar lichaam, het eventueel pijnlijke sorteerwerk veel vlugger en gemakkelijker verteert. Op een paar sessies kan de klus al geklaard zijn. Wie echter, door trauma bijvoorbeeld, of wegens aangeboren gevoeligheid, de vlucht uit het lichaam, in het hoofd genomen heeft, heeft het veel moeilijker. Daar is de eerste en enige ingang heel vaak het hoofd. Wil je direct het lichaam aanspreken, dan zie je als begeleider vaak alle hoeken van de kamer. De weerstand kan enorm zijn. Yoga, bah, niets voor mij, laat mij met rust. Weet u, ik ben ooit zelf nog de kamer uit gevlucht toen we in onze opleiding plots, onaangekondigd, dansles kregen van een vrouw, een toonbeeld van zinnelijkheid, gekleed als een zonsopgang aan de evenaar. Zodus, dat werkt niet voor iedereen. In dat geval nemen we kleine stapjes. Het is als het vertrouwen winnen van een wild dier. Heel voorzichtig. Het hart komt dan eerst te hulp. We sorteren een paar dingen. Als blijkt, dat dit niet het einde van de wereld is, komt het hoofd een beetje dichter, het komt snuffelen, kijken naar nog zo’n hapje bevrijding en welbevinden. Stilaan durft het te zakken, weer te voelen. Beetje bij beetje. Ook zo kan integratie plaats vinden.’ … ‘Ik ben er ook nog niet hoor,’ verzeker ik mijn tafelheer, want dat is waar. Ik heb namelijk ook zo’n onhandelbaar hoofd, wantrouwig, kritisch. Ja, dat zal wel, zegt het bij elke nieuwe stap. ‘Toch heb ik het al mogen ervaren, hoe zalig het is. Meer en meer kan ik mijn lichaam vertrouwen en ik ben al helemaal niet meer tegen yoga, zeker niet die restoratieve, luie yoga, waarbij je helemaal niets moet doen en je ingeduffeld wordt en je gewoon mag rusten met een geurig kussentje op je ogen. Zalig! En dat is dus wat wij, Nelle en ik, met iksplosie voor mensen proberen te doen. Hoofd, hart, lichaam samenbrengen.’

‘Juist ja, zegt mijn tafelheer beleefd, enigszins opgelucht dat het dessert eraan komt.


Meer weten over i k s p l o s ie? www.iksplosie.com

De inspiratie-brief ontvangen? Schrijf je hier vlug in. Er komt er eentje per kwartaal. Ongeveer.




.

begrepen.

gevoeld.

gespeeld.

geïntegreerd.

.

75 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven